Brainstormen: waarom de ene persoon gaat stralen en de andere gaat zweten
Ik kan me nog haarscherp een meeting van een paar jaar geleden herinneren waarin ik ooggetuige mocht zijn van een totaal gebrek aan connectie tussen twee partijen. Aan de ene kant zat een van onze beste fiscalisten. Een expert op zijn gebied, super gestructureerd en met een jarenlange ervaring. Aan de andere kant een klant. Dat was een rasechte ondernemer die in een paar jaar tijd diverse innovatieve bedrijven uit de grond had gestampt en altijd boordevol ideeën zat. De klant wilde graag fiscaal advies voor zijn situatie.
Waar de fiscalist tijdens het gesprek steeds aan de wetgeving refereerde en uitlegde wat de risico’s zouden zijn als je daarvan af zou wijken, zat de klant continu in een “en-als-we-het-nu-eens-zo-zouden-doen” modus. De fiscalist met zijn know-how in een toch wel redelijk zwart-wit vakgebied, tegen de klant die wilde brainstormen en alle -soms bij voorbaat onmogelijke- alternatieven wilde onderzoeken.
Na afloop van de meeting trok de fiscalist zich drijfnat van het zweet terug en ik heb hem de hele dag niet meer gezien of gehoord.
Waarom de één mogelijkheden ziet en de ander risico’s
Zoals we in hoofdstuk 2 van mijn boek uitgebreid hebben gezien, heeft het verschil tussen deze twee manieren om tegen de wereld aan te kijken te maken met de wijze waarop je informatie tot je neemt. De beroemde psycholoog en psychiater Carl Jung heeft dat ruim 100 jaar geleden al perfect beschreven door de splitsing te maken tussen Sensation en Intuition.
Waar de Sensation-mensen vaak behoefte hebben aan concrete feiten en betrouwbare informatie om beslissingen te nemen, richten Intuition-mensen zich vaker op mogelijkheden, patronen en toekomstige kansen. Intuition-mensen zien de ‘big picture’, waar Sensation-mensen meer van de feiten en details zijn.
Hetzelfde plaatje, een totaal andere waarneming
Neem het schilderij “Innocense” van Fritz Zuber-Buhler:
Een typische manier waarop een Sensation-persoon het tafereel zou beschrijven is als volgt: “Er staan zes meisjes op die blij met elkaar in een bos spelen. Eentje hangt half in het water, de anderen zitten of staan op een boomstam. Eén van de meisjes eet een appel. De meisjes hebben allemaal dezelfde soort kleding aan, de rokken hebben verschillende kleuren. Op de achtergrond is het licht, links en rechts is het iets donkerder.”
Personen die meer Intuition-gericht zijn, beschrijven vaak meer wat ze voelen. Of wat ze denken dat de schilder heeft willen uitdrukken. Toen ik aan een van mijn medewerkers (Intuition-gericht) vroeg of ze het schilderij kon beschrijven, antwoordde ze: “Ik voel geluk en vrede”.
Waarom brainstormen niet voor iedereen vanzelfsprekend is
Ditzelfde verschil in hoe mensen naar de wereld kijken, komt ook duidelijk naar voren bij een brainstormsessie. We zagen het al een beetje aan het begin van dit artikel: waar de klant (Intuition) van nature in de brainstorm-stand stond, vond de fiscalist (Sensation) het onnodig om alternatieven te onderzoeken. In deze situatie had hij waarschijnlijk gelijk omdat hij door zijn grondige kennis van de materie wist dat die alternatieven er niet waren. Maar Sensation-mensen hebben ook in andere -niet zulke duidelijke- situaties vaak problemen met brainstormen.
Brainstormsessies kunnen spannend en erg zinvol zijn, maar ze zijn niet altijd de oplossing. Voor puur technische of feitelijke vraagstukken, zoals in ons eerdere voorbeeld, is dat het zeker niet. Maar als het gaat om thema’s zoals innovatie, procesverbetering, klantbeleving, strategie of het oplossen van complexe problemen, is brainstormen uitermate geschikt.
Maar hoe hou je een goede brainstormsessie? Zoals we inmiddels weten, hebben Sensation-mensen van nature meer moeite met een brainstorm dan Intuition-gerichte personen. Dat wil echter zeker niet zeggen dat Intuition-mensen het automatisch altijd goed doen. Het kan dus geen kwaad om eens een paar praktische tips op een rijtje te zetten.
Tien manieren om betere ideeën te krijgen
Hier volgen tien makkelijk toepasbare tips die ervoor zorgen dat je brainstormsessie nuttig en waardevol is en dat het niet bij gewoon een leuke middag blijft:
1.- Beoordeel niet meteen
Tijdens de eerste fase geef je geen kritiek op ideeën en zijn er geen discussies over haalbaarheid. Er worden alleen maar ideeën gegenereerd.
2.- Eerst kwantiteit, later kwaliteit
Een goed brainstormdoel is niet: “Laten we drie goede ideeën bedenken”. Het is wel: “Laten we vijftig ideeën bedenken”. Veel slechte ideeën vormen vaak de opstap naar één uitstekend idee.
3.- Bouw voort op elkaars ideeën
Zeg dingen als: “Ja, en…” of “Wat als we dat combineren met…” of “Hoe zou dat eruitzien als…”. Door het combineren van bestaande ideeën ontstaat vaak creativiteit.
4.- Geef iedereen evenveel spreektijd
In veel brainstorms produceren twee extraverte deelnemers 80% van de ideeën en daardoor gaan vaak de beste inzichten verloren. Maak daarom een rondje langs iedereen. Of werk met post-its.
5.- Eerst alleen, daarna samen
Misschien is dit wel het punt dat het vaakst over het hoofd wordt gezien. Laat de deelnemers eerst 5-10 minuten individueel ideeën opschrijven. Pas daarna volgt de groepssessie. Vooral introverte personen hebben hier heel veel baat bij.
6.- Formuleer de vraag zorgvuldig
Een slechte vraag is: “Hoe kunnen we meer omzet maken?”. Een perfecte brainstormvraag zou zijn: “Stel dat we morgen onze omzet moeten verdubbelen. Wat zouden we dan doen?”. Concrete uitdagingen leveren vaak creatievere ideeën op dan vage vragen.
7.- Maak de groep niet te groot
Ideaal is een groep van vier tot acht personen. Als de groep groter is, is er minder dynamiek, zijn er minder individuele bijdragen en ontstaat er meer sociale luiheid.
8.- Stimuleer wilde ideeën
Veel innovaties begonnen als een idee dat aanvankelijk onrealistisch leek. Stel bijvoorbeeld vragen als: “Wat zou Google doen?” of “Wat zou er gebeuren als geld geen rol speelde?”.
9.- Visualiseer alles
Schrijf ideeën zichtbaar op. Gebruik daarvoor een whiteboard, een flip-over of post-its.
10.- Eindig met convergeren
Vaak falen dit soort sessies omdat er wel ideeën zijn, maar er geen gevolg aan wordt gegeven. Sluit daarom af door bijvoorbeeld te prioriteren, een top 3 te kiezen of concrete acties te bepalen.
Een goede brainstorm levert niet alleen betere ideeën op, maar vooral een grotere kans dat je morgen iets anders doet dan vandaag.
Dit onderwerp komt uitgebreider terug in het boek Leiden is Schakelen