wit

De mythe van multitasking

Soms hoor je mensen bijna trots zeggen dat ze goed zijn in multitasken. Alsof het een verborgen superkracht is. Ondertussen beantwoorden ze een mail tijdens een Teams-meeting, drinken ze half lauwe koffie, reageren ze tussendoor op WhatsApp en proberen ze ergens in dat geheel ook nog echt na te denken. Het gekke is: bijna iedereen heeft het gevoel productief bezig te zijn. Maar zodra je gaat meten wat er daadwerkelijk gebeurt, blijkt er iets anders aan de hand. Ons brein blijkt namelijk een stuk minder goed in multitasken dan we zelf denken.

Wat we ‘multitasken’ noemen, is in de praktijk heel snel schakelen tussen taken. Ons brein kan namelijk geen twee cognitief complexe taken tegelijk uitvoeren, dus in plaats daarvan schakelen we heel snel van de ene naar de andere taak en weer terug. Dat schakelen is niet gratis: het kost tijd en energie.

Er bestaat een hele simpele test om dat aan te tonen:

  • Schrijf op een papiertje de resultaten van de tafel van 7 op (dus 7-14-21-…-70) en vervolgens de letters van het alfabet tot en met de letter J. Neem de tijd op en leg dat vast.
  • Doe nu hetzelfde op een ander papiertje, maar wissel af (zonder op het eerste papiertje te kijken natuurlijk). Dus 7A-14B-21C-…-70J. Neem ook hiervan de tijd op.

 

Bijna iedereen is in het tweede deel trager, maakt meer fouten en voelt meer mentale weerstand. Dat is exact wat wordt bedoeld met switch cost.

En dit is dan nog maar een extreem simpele taak. Stel je voor wat er gebeurt als de taken emotioneel, inhoudelijk of complex worden.

 

Kun je beter worden in multitasken?

In 2009 werd er een onderzoek uitgevoerd naar multitasking (Stanford onderzoek onder leiding van Clifford Nass). De onderzoekers wilden weten of mensen die veel multitasken daar daadwerkelijk beter in worden.

Ze verdeelden de proefpersonen in twee groepen:

  • Mensen die in het dagelijks leven veel media tegelijk gebruiken (mail, chat, muziek, social media, websites, etc.)
  • Mensen die dat juist weinig doen

 

Beide groepen kregen diverse cognitieve taken waarbij ze moesten focussen op belangrijke informatie, afleiding moesten negeren en moesten schakelen tussen verschillende taken.

De verwachting van de wetenschappers was dat de “zware multitaskers” hierin beter zouden presteren omdat ze getraind waren in het switchen, maar juist het tegenovergestelde gebeurde. Deze zware multitaskers waren veel sneller afgeleid, hadden veel meer moeite om irrelevante informatie weg te filteren en schakelden minder efficiënt tussen opdrachten.

 

Alleen maar nadelen

De conclusie was dus enigszins verrassend: veel multitasken blijkt het brein niet te trainen om beter te focussen, maar maakt het juist gevoeliger voor afleiding. Voor ouders met kinderen in de pubertijd zal dit mogelijk minder verrassend klinken, maar vermoedelijk hadden de wetenschappers geen pubers thuis zitten 😊

En dan is er nóg iets wat erg interessant is: attention residue. Bij het switchen tussen taken blijkt dat een deel van je aandacht blijft hangen bij de vorige taak, waardoor het lang duurt voordat je volledig geconcentreerd bent voor de volgende taak. Sommige studies laten zien dat het maar liefst 15 tot 23 minuten kan duren voordat je focus volledig herstelt na een onderbreking! Rust tussen twee taken blijkt dus cruciaal te zijn om weer scherp te kunnen werken.

Tenslotte nog even dit: de mythe “vrouwen kunnen beter multitasken”. Dat blijkt inderdaad niets meer dan een mythe te zijn. Het is een hardnekkig verhaal en het klinkt aannemelijk (vrouwen doen vaak meer dingen tegelijk), maar de meeste studies vinden geen overtuigend verschil in het vermogen om te multitasken tussen mannen en vrouwen. Als je vaak moet schakelen tussen taken, kun je er mogelijk iets handiger in worden, maar niemand wordt er echt goed in.

 

De oplossing: single-tasking

Multitasking voelt productief. Je bent continu bezig en er is geen moment om even adem te halen. Maar zoals we hebben gezien, is de werkelijkheid anders: je bent nooit 100% gefocust, terwijl de energie wegstroomt en je aan het einde van de dag doodop bent.

Single-tasking lijkt misschien minder efficiënt, maar levert in veel situaties juist betere resultaten op. Als je één ding tegelijk doet, dat afmaakt en even rust neemt (een korte mentale reset) voordat je met de volgende taak begint, zul je betere kwaliteit leveren en minder stress hebben.

Multitasking kunnen we dus eigenlijk samenvatten als actie zonder rust, terwijl single-tasking juist actie mét rust is. Beide tegenpolen zijn essentieel. Goede leiders zijn experts in het schakelen ertussen.

Dit onderwerp komt uitgebreider terug in het boek Leiden is Schakelen

Voel je vrij om dit artikel te delen met anderen: